donderdag 9 augustus 2012

In overtreding

Gisteren maakten de jongste en ik een grote pijl op de muur van 112 reflectoren. We waren er erg tevreden over: de grote pijl wijst je als het ware de weg naar boven. Het leek me zelfs heel geschikt om zo'n pijl op iedere hoek naar boven te plaatsen. Maar het heeft ook een ongewenst effect blijkt nu. Vanavond komt de jongste naar beneden. "Ik heb steeds het gevoel dat ik in overtreding ben als ik naar beneden ga.", zegt ze. Overtreding of niet, het heeft haar er niet van weerhouden om naar beneden te komen. Bewegwijzering met grote pijlen naar beneden lijkt me dan ook niet nodig. 

woensdag 8 augustus 2012

112 reflectoren

Als je de vijftig bent gepasseerd, heb je je leven doorgaans comfortabel ingericht. Je zit continu in je comfortzone. En daar verkeer je graag. Wij zijn ruw uit onze comfortzone gerukt. Dat is niet fijn, maar aan de andere kant biedt het de gelegenheid om dingen te proberen die je anders hoogstwaarschijnlijk niet had geprobeerd of gedaan. Dit tussenjaar, voordat ons eigen huis weer is herbouwd, biedt volop de gelegenheid om te experimenteren. En dat doe ik graag. Van E. mag ik nu alles proberen wat ik graag wil. En dat doe ik.

Zo hangt er nu dus een fietskarton in de kamer. En op zolder, waar we slapen, scheiden lange donkergrijze gordijnen het slaapdeel van de 'wasserette'. De hardboard betimmering van het dak en de kale betonnen muren geven het de sfeer van een industriële loft. "Ik zou het nooit bedacht hebben, maar het heeft best wel wat", zeg ik tegen E. als we naar het plafond liggen te staren.

Vandaag plakten de jongste en ik in de hal 112 reflectoren op de muur in de vorm van een pijl. Ik vind het te gek. Ik denk dat er nog meer reflectoren zullen volgen.

maandag 6 augustus 2012

Vrije val, foetaal of semi-foetaal?

Vroeger was ik een buikslaper. Geen haar op mijn hoofd die erover dacht om anders te gaan liggen: het bed in en dan onmiddellijk op de buik. Heerlijk. Bij het groter groeien zaten de borsten eigenlijk in de weg,  maar ook dat kon mij er niet van weerhouden. Tot het op een gegeven moment over was; hoogstwaarschijnlijk ben ik het afgewend door de zwangerschappen. Dan is het niet echt comfortabel om op de buik te liggen. Toen lag ik op mijn zij: samen met de foetus lekker in de foetushouding.

Dat is even blijven hangen. Nadat ik had gelezen dat het bijzonder goed is voor de stofwisseling om op je rechterzij te gaan slapen, koos ik bij het inslapen steevast voor de rechterzij. Zo is het jaren gegaan. Maar nu ben ik weer terug op de buik. Zomaar ineens. En het bevalt me weer als vanouds.

Mijn houding is houding B: de semi-foetale slaaphouding.
Wat betekent dat, vraag ik me dan af. Ik besluit het even op internet op te zoeken. Zodra ik buikslapen intoets krijg ik een hele riedel met: buikslapen afleren, buikslapen slecht; vooral tekst over het op de buik slapen van baby's.

Tot ik stuit op een onderzoek naar slaapgedrag. En daar leer ik dan weer van dat ik tot een minderheid behoor en een echte gezelligerd ben. Je slaaphouding verraadt namelijk iets over je persoonlijkheid en buikslapers zijn gezellige mensen, aldus onderzoeker Chris Idzikowski. In de periode dat ik in de foetushouding lag, was ik dus even van het padje af, eventjes van persoonlijkheid geswitcht. Als je in de foetushouding slaapt, dan ben je verlegen en gevoelig, ook al lijk je van de buitenkant behoorlijk sterk en stoer. Slapers in de foetushouding vallen kortweg onder de noemer ‘ruwe bolster, blanke pit’. Ik slaap nu in in de vrije val-houding: op de buik met de armen langs het hoofd. En nu ben ik dus gezellig, maar ook extra gevoelig voor kritiek en extreme situaties (!), waardoor ik -de echte buikslaper- een erg nerveuze indruk kan maken en snel op mijn teentjes ben getrapt.

Hier had ik het natuurlijk bij moeten laten, maar mijn nieuwsgierige inborst wint het. Want wat lees ik op de site van een matrasspecialist? "Veel mensen denken dat ze op hun buik slapen. Maar in werkelijkheid slapen ze op hun zij, licht op de buik gekanteld. Vaak trekken ze een been en een arm op en houden ze de andere arm en het andere been gestrekt. Deze halve zijligging is een goede slaaphouding." Dat doe ik! Dus ik ben helemaal geen echte buikslaper! Ik lig in de zogenaamde semi-foetale houding, een houding waar 50% van de mensen de voorkeur aan geeft, een puike slaaphouding die warmte en bescherming biedt, maar tegelijkertijd ook beweeglijkheid. En als semi-foetale slaper ben je evenwichtig, zelfverzekerd, sociaal en emotioneel stabiel. En dat voor 50% van de mensheid: de wereld is mooi.

Voor wie nog meer wil weten over slaaphouding en persoonlijkheid: http://www.lerenslapen.nl/page/1521/slaaphouding-persoonlijkheid-buik-slapen.html. Ik had het persoonlijk niet willen missen.

zondag 5 augustus 2012

Seahorse of Jorzolino

Het geheugen is een raar ding. Vorige week gingen we met het hele gezin nog een weekje met vakantie. Vanzelfsprekend was dat niet. Als echte doorgewinterde ongeorganiseerde types, weten we namelijk nooit wanneer en waar we met vakantie zullen zijn. Dat kon, omdat we altijd gaan kamperen. Dan kun je op het laatste moment nog beslissen wanneer je gaat en waarheen. Maar onze kampeeruitrusting is ook in rook opgegaan, dus moest er iets anders geregeld worden. Daar had de helft van de familie niet echt veel zin in, maar uiteindelijk gingen we toch en het was leuk.

Het bij elkaar zoeken van de vakantie-uitrusting was nog nooit zo eenvoudig. Gewoon je kleren in een krat of boodschappentas schuiven en klaar. Voor wat betreft de handdoeken was het even uitkienen. Als we gewoon thuis zijn hebben we er genoeg, maar voor zo'n weekje op pad was het even plannen.

De foto doet beslist geen recht aan de kleuren.

Ik kreeg de laatste drie handdoeken, waaronder twee bruin-gele Seahorse-handdoeken met een roos erop. Daarvoor had de rest van de familie gepast. Niet erg, vond ik, want ik vind het toevallig te gekke handdoeken. Het zijn twee nieuwe seventies handdoeken die mijn moeder van haar buurvrouw kreeg voor ons. Zij had ze nog liggen - stammend uit de voorraad van haar oma. "Super toch", zeg ik tegen E., refererend naar mijn Seahorse-handdoek. Ik gebruik ze al een paar weken, maar pas nu denk ik er over na en dan schiet het me te binnen. "Geweldige kwaliteit. Die hadden we toch allemaal: Seahorse handdoeken of anders handdoeken van Jorzolino. Bij ons in het dorp kwam vroeger zo'n textielwagen met kwaliteitstextiel. Daar gingen de vrouwen in het dorp dan hun handdoeken, theedoeken en schorten halen. Deze handdoeken komen vast uit die wagen. Had jij ook een badhanddoek van Seahorse of Jorzolino?", zeg ik tegen E. "Ik ging naar school", zegt E. De relatie tussen het antwoord en mijn vraag is mij niet geheel duidelijk, maar voor E. is het blijkbaar een excuus om niets te weten over rijdende textielwagens en badhanddoeken van Seahorse of Jorzolino. "Ik vind het te gek, die vrolijke bloemenmotieven", zeg ik. "Ik ga ze verzamelen." Sommige dingen veranderen gelukkig nooit.

dinsdag 24 juli 2012

Pijnlijk moment

Het zit niet mee. Gisteren reden onze zoon en ik naar het winkelcentrum om zijn outfit enigszins op peil te brengen. Ineens worden we opgeschrikt door een geratel: metaal op metaal. Het klinkt niet best. Als we thuis zijn, kijk ik of het gereedschap misschien door de kofferbak is gegleden. Dat is niet het geval. E. rijdt ook nog een rondje voor een second opinion. Ons oordeel is eensluidend: hier moet een professional naar kijken.

Vanmorgen rijd ik naar de garage. De specialist ziet net als E. en onze zoon aan de buitenkant niets. "Rij maar eens een stukje", zeg ik "dan merk je het snel genoeg." En ook de specialist oordeelt dat het niet best is. Hij hoopt dat we de auto vanavond weer op kunnen halen. Ik krijg zolang een Fiat Cinquecento te leen.

Met het raam open snor ik in de Cinquecento rond. Het is echt toerweer, dus ik besluit een Veenkoloniaal rondje te maken. Een beetje doelloos toeren is niet echt mijn stijl, dus een snelle shopronde in een nabijgelegen plaatsje lijkt me aangewezen. Ik doe er de Wibra even aan. Het is rustig - in de hele winkelstraat. Een bedrijf doekt op, een ander vestigt zich pas in september weer elders en nog meer verdachte opruimingen. Al met al heeft de recessie hier keihard toegeslagen, maar de Wibra is dus nog open.

In de Wibra doe ik verschillende kleine aankopen. Bij het afrekenen staan een moeder met haar twee kleine kinderen achter me. Het jongetje krijgt een waterpistool. De kassière praat tegen de jongen terwijl ze mijn spullen in een tasje pakt.  "Is die voor jou?", vraagt ze. Het jongetje knikt. "Dat is leuk! Ga jij pappa daar mee natspuiten als hij vanavond thuiskomt?" Het jongetje zegt niet zoveel. "Of durf jij dat niet?" Hij zegt nog steeds niet. "Dat durf jij toch wel?", dringt ze aan. Dan grijpt de moeder in. "Nee, pappa woont niet meer bij ons. Dus hij komt vanavond niet thuis en daarom kan hij pappa niet natspuiten hè?", zegt ze tegen het jongetje. Pijnlijk.

maandag 23 juli 2012

Een groot verlies

Met een oor luister ik naar Zomergasten. Henny Vrienten is de zomergast. De oudste ergert zich aan alle geluidjes die hij maakt. Maar Henny zegt ook dingen die raken. Een uitspraak die mij raakt gaat over boeken. "Aan iemands boekenkast kun je zien wie hij is", zegt Henny. Henny vertelt dat hij vaak rondneust in dozen met boeken op het Waterlooplein. Hele nalatenschappen vind je daar en aan zo'n doos kun je zien wie iemand is, aldus Henny. Hij heeft gelijk: je boekenkast, je muziek, de spullen die je in je leven verzamelt vertellen jouw verhaal. Daar ben ik me altijd van bewust geweest. Ik ervaar nu echter dat je ook zonder wat je verzameld hebt nog bent wie je was. Mensen lezen je misschien minder gemakkelijk. Het verzamelen vertelt iets over je, maar het definieert je niet. Dat zit in andere dingen. Maar het is wel een gemis. Dat zal ik niet ontkennen. Het verliezen van je stoffelijke geschiedenis is een groot verlies.

zondag 22 juli 2012

Cola op de trap

Deze week belegde ik onze tweede trap met traptreden. Niet dat ik de witgeverfde trap niet mooi vind, maar we wonen nu twee-onder-een-kap. Dus je moet een beetje rekening met de buren houden. Die krijgen het toch al zwaar te verduren met ons als buren. We zijn namelijk -E. uitgezonderd- nogal een luidruchtig stelletje. E. noemde ons altijd de familie Bùlk (Gronings voor schreeuwers) als we de rust op een rustieke camping, waar we bij voorkeur kampeerden, weer eens verstoorden.

Toen we ons onlangs voorstelden aan de buren, bereidde de jongste de buurvrouw alvast een beetje voor. De buurvrouw gaf aan dat we het maar even moesten zeggen als de radio te hard aan zou staan. "Nou", zegt de jongste. "wij praten nogal hard. Gewoon - als we met elkaar praten." Daar had de buurvrouw even niet van terug.

Om dat harde praten enigszins te compenseren wordt de geverfde trap dus met traptreden bekleed. Dat hadden de vorige bewoners ook gedaan, getuige de vieze zwarte lijmpukkels op de witte verf. Ik had ze natuurlijk kunnen laten zitten. Wie ziet er tenslotte iets van onder de nieuwe traptreden? Maar goed, om te voorkomen dat het niet zou hechten, heb ik de oude lijm toch verwijderd. Hoe? Daar vond ik een gouden tip voor op internet: even behandelen met een schuursponsje gedrenkt in cola. En inderdaad: de lijm krulde slap en lusteloos voor de verfkrabber aan. Spierkracht totaal niet nodig. Geweldig zo'n colaatje. Alleen niet teveel van drinken lijkt me.