zondag 31 maart 2013

Voor een stralende ster!

Vanmorgen lezen E. en ik onze vakliteratuur. Ik neem de C, het communicatieclubblad door en E. neemt de Adformatie tot zich. Als we iets interessants tegenkomen, delen we dat meestal met elkaar. Vanmorgen ziet E. iets interessants: hij leest een berichtje over een tarrelkam. Ik wist niet van het bestaan van de kam en eerlijk gezegd wist ik ook niet van het bestaan van het probleem waar de kam voor is bedoeld. Ik ben zelf namelijk zeer licht behaard. E. wijst me het stukje aan en dan lees ik het volgende:
'...Al jarenlang kregen wij vanuit de samenleving de vraag of er niet wat bedacht kon worden op Nederlands nr. 1 uiterlijke verzorgingsproblematiek: klonterig anusdons ofwel tarrels (ook wel klaboestabeertjes genoemd en dingleberries of kling-ons).' Met deze vraaggestuurde innovatie kam je eenvoudig alle tarrels uit je anusdons. De pay-off bevat de merkbelofte: 'De tarrelkam, voor een stralende ster!'
Die merkbelofte getuigt wel van gevoel voor humor. Met een like op facebook kun je zomaar in het bezit raken van zo'n prachtige tarrelkam. Maar tot nu toe hebben maar 17 mensen het aangedurfd om het te liken. Het lijkt eerlijk gezegd ook wel erg veel op een vroege 1 april-grap. Maar hoe dan ook, ik heb een heleboel bijgeleerd: het bestaan van een heel nieuw fenomeen en maar liefst vier woorden waar ik nog nooit eerder van gehoord heb. Lang leve het vrije ondernemerschap!

zaterdag 30 maart 2013

Oefening baart kunst

De jongste kreeg van haar tante een roze popcakemaker. Vandaag rond een uur of zes is ze zover: ze gaat popcakes maken. De timing is ietwat ongelukkig, want ik wilde net gaan koken. Maar ach: hoe lang kan het nou duren om zulke kleine bolletjes cake te maken? Het lijkt allemaal een fluitje van een cent. Maar schijn bedriegt. Eerst is ze uitgebreid bezig met het bereiden van het deeg. "Het blijft korrelig hoor", roept ze vanuit de keuken. Ze heeft gelijk. Het deeg is inderdaad korrelig. De reden daarvoor is dat ze geen water heeft toegevoegd. Als dat gebeurd is, kan het deeg tot een crèmige massa worden geklopt.

En dan kan het deeg in de popcakemaker worden geschept. Dat gebeurt met een theelepel. Als de laatste schep deeg erin zit, is de eerste popcake al bijna gaar. Uit de eerste lading weten we vier popcakes heel uit de machine te halen. De rest komt in stukken en met veel kruimels los. Dat is op zich niet zo erg, ware het niet dat de gloeiendhete machine wel schoon moet worden gemaakt voor de volgende lading erin kan. Gelukkig heb ik redelijk vuurvaste vingers. Met een stukje keukenpapier met olie probeer ik zo goed als het mogelijk is de resten uit de machine te peuteren. En met resultaat! De tweede lading komt er een stuk beter uit. Deze keer komen ze er allemaal heel uit. Nou kan het versieren beginnen!

donderdag 28 maart 2013

Geen dag zonder

Een huiveringwekkende stilte van mijn kant de afgelopen twee dagen. Het is zeker niet zo dat de lust tot bloggen me is vergaan. Helemaal niet. Maar mijn laptop doet het niet meer. Mijn trouwe vriend heeft de geest gegeven. Het zat er misschien al een beetje aan te komen. Hij kon niet meer zonder stekker, het opstarten lukte niet meer via aan en uit, maar ik kreeg 'm steeds nog weer aan de praat via het toetsenbord. Maar nu is het over en uit. Ik heb alle denkbare toetsencombinaties gekozen, maar helaas.

Nu mag ik even op de laptop van de jongste. Zij heeft een minilaptop. Een kek dingetje, daar niet van, maar voor mij is het toch wel behelpen. Mijn dikke vingers passen amper naast elkaar op het toetsenbordje en om de tekst op het minischermpje te kunnen lezen moet ik eerst een opgepluste leesbril aanschaffen. Het is dat ik tienvingerig blind kan typen. "Je boft toch maar met zo'n dochter als ik", zegt ze. "Dat ik je mijn laptop gewoon uitleen." Ik ben inderdaad een bofkont, maar morgen ga ik toch maar even op pad om te kijken of er nog weer leven in mijn eigen laptop kan worden geblazen. Zo niet, dan ben ik genoodzaakt om onmiddellijk tot de aanschaf van een nieuwe laptop over te gaan. Ik kan er geen dag meer zonder.

maandag 25 maart 2013

Hoe gaat het met je?

We hebben 'slimme' mail op het werk. Als je een naam intoetst, dan wordt die automatisch aangevuld met de achternaam van degene of van de afdeling die je het vaakst mailt. Tik ik Gra, dan krijg ik bijvoorbeeld het grafisch centrum, Ge, dan verschijnt de naam van collega, net als bij de P en de W. Vanmiddag tikte ik de F en zomaar ineens verschijnt daar de naam van een collega die vorig jaar overleed. Zelfs na bijna een jaar is hij nog steeds de F die ik het vaakst mailde. Blijkbaar is zijn mailaccount niet verwijderd. Of het zit nog in het geheugen. Dat weet ik eigenlijk niet. Ik schrok er een beetje van. Het leek er een beetje op alsof hij er nog gewoon was, alsof ik ook nog een antwoord mocht verwachten. En even, heel even maar, was ik in de verleiding om een mailtje te sturen. Zoiets als: Hee, hoe haalde je dat nou in je hoofd om er zomaar tussenuit te piepen? En hoe gaat het nou eigenlijk met je? Ik heb het niet gedaan. Als het erop aankomt weet ik immers dat het antwoord uit zal blijven. 

zondag 24 maart 2013

Met een leeslintje

Dit weekend las ik een boek van de bieb uit. Het was een aanrader van E.: De mooiste handen van Delhi van Bergstrand. "Dat is wel een boek voor jou", zegt E. En hij heeft gelijk. Het was echt een boek voor mij. Luchtig, met vaart geschreven en met een duidelijk verhaal met kop en staart. Daar hou ik van. Het boek speelt zich voornamelijk af in India. India is nooit een land geweest waar ik veel belangstelling voor had. En nog zeg ik niet na het lezen van De mooiste handen van Delhi: 'daar wil ik heen'. Het trekt me niet. 

Bijna een jaar na de brand hebben we nog niet veel boeken weer verzameld. We hebben na de brand al wel weer boeken gekocht, maar toch ben ik terughoudend. We hadden een enorme collectie. Dat zal nooit weer zo worden. Ik ben tevreden met het lenen van boeken van de bieb. Ik ben niet meer zo gulzig dat ik ze zelf moet hebben. Dus zo nu en dan kopen we een boek, of krijgen we een boek. Dat is prima. Maar verzamelen doen we niet weer.

Van zo'n bibliotheekboek kan ik ook enorm genieten. Vooral als het een mooi nieuw gebonden boek is. En dat was deze. Met nog een leeslintje bovendien. Dat vind ik helemaal je van het. Eigenlijk zou ieder boek dat moeten hebben. Ik ben er helemaal voor.

vrijdag 22 maart 2013

Waarom niet?

Als je de Schepper bent, waarom het dan niet direct goed doen? Dat is een terugkerend thema op het werk gisteren en vandaag. De baas zou het namelijk anders hebben gedaan, de wereld zou er heel anders hebben uitgezien. "Waarom bijvoorbeeld een zwangerschap van negen maanden? Waarom niet gewoon: zwanger en de volgende dag een kind?" Hij richt het woord tot collega-die-mijn-dochter-zou-kunnen-zijn. "Dat heeft wel een functie", zeg ik. Maar het wil er bij de baas niet in: als de wereld maakbaar is, is alles immers plooibaar. Ook de mentale voorbereiding op het ouderschap zou dan niet meer nodig zijn.

De baas zit vol waarom-vragen. Waarom heb je bijvoorbeeld een stoelgang? Wat een gedoe. Dat soort lichaamsfuncties zou hij als Schepper heel anders hebben ingericht. We gaan er -om de werksfeer een beetje zindelijk te houden- niet verder op in. Hoe hij het zich voorstelt is dan ook niet helemaal duidelijk, maar ik vermoed dat hij het zou oplossen via een soort ingebouwde Sanibroyeur. Het komt niet ter sprake, maar ik denk dat ook transpiratieluchten en overmatige lichaamsbeharing er in zijn schepping niet zouden zijn geweest. En ook al waren ze er niet in den beginne, ook legosteentjes passeren de revue. Waarom zou je die bijvoorbeeld rechthoekig maken? Waarom niet rond? 
De baas zou als Schepper duidelijk meer out of the box hebben gedacht. Zijn wereld zou welriekend zijn geweest, een light variant van de huidige wereld waar het aangenaam toeven is en de mens ontdaan is van allerlei lichamelijke ongemakken en moeizame groei- en aftakelingsprocessen.

Ja, waarom eigenlijk niet? 

donderdag 21 maart 2013

Waarom?

Vandaag kregen we een mail van de school van de jongste. Ze gaat naar een christelijke school, maar niet omdat het een christelijke school is. Ze gaat naar de school ondanks dat het een christelijke school is. Wij zijn namelijk wars van religie. Maar als je er dan voor kiest om naar een christelijke school te gaan, dan kom je toch zo nu en dan in aanraking met religieuze vieringen. Zoals in dit geval de paasviering. Via de mail worden we erover geïnformeerd. Dit jaar hebben we gekozen voor het thema 'Waarom?' We hebben allemaal vragen waarop we het antwoord niet weten. Dat is niet erg, want in de vraag en de onzekerheid kunnen mensen elkaar vinden, elkaar herkennen en zich begrepen voelen.

Dat doet me denken aan een van de eerste waarom-vragen die ik in religieus verband stelde. Ik herinner me dat goed omdat het antwoord me totaal niet aanstond. Dat ik een vraag in een religieus verband stelde was op zich al bijzonder. We gingen namelijk niet naar de kerk en het dorp waarin ik woonde was ongelovig. Ruimdenkend als mijn ouders waren leek het ze echter geen slecht idee dat we kennismaakten met de christelijke roots van onze cultuur. Mijn zusje en ik gingen dus naar de zondagsschool. We leerden er van alles: de grotere jongens op de zondagsschool hadden een bijzonder rijke en creatieve woordenschat. Met religie had dat niet zoveel te maken. 

De waarom-vraag hield verband met het overlijden van mijn opa. Toen ik 8 was en mijn zusje 6 overleed hij. We waren inmiddels zover gevorderd op de zondagsschool dat we wisten wat dat betekende: een enkele reis naar de hemel. Mijn zus kende een meisje van wie de oma ook al was overleden, dus die verwachtte dat het wel dikke mik zou worden daar in de hemel. Het was dan ook een enorme tegenvaller dat de juf van de zondagsschool ons vertelde dat onze opa niet in de hemel zou komen. Waarom niet? vroegen mijn zusje en ik. "Omdat jullie opa niet naar de kerk ging.", was het antwoord. Dat vonden we niet te verteren. We zijn naar huis gegaan en daar schijn ik te hebben gezegd: "We gaan er nooit weer heen".  Korte metten. We zijn er nooit meer geweest. 

Ik sluit niet uit dat ik dit verhaal al eens eerder heb opgetekend. Het is namelijk een van mijn favorieten. En een goed verhaal kun je niet vaak genoeg vertellen. 

woensdag 20 maart 2013

De moed erin houden

"Wat staat er voor vandaag op het programma?", zegt E. Hij bedoelt eigenlijk of er nog bouwgerelateerde zaken zijn. Die zijn er nog zat, maar vandaag hebben we geen afspraken. En ik heb besloten om vandaag even net te doen of we niet bouwen, of we geen brand hebben gehad. Gewoon even koploos lekker op pad zijn. Dat deed ik namelijk voor de brand ook regelmatig.*"Niks", zeg ik. "Wat een ongekende luxe", zegt E. Inderdaad.

Dus ik stap vanmorgen in de auto en ga op toernee: naar de bakker, naar de groenteboer -alleen voor de sinaasappels met de mooie stickers, herhalingsrecepten bij de dokter in de bak gooien, een retourzending voor Wehkamp naar de sigarenboer brengen, nog even naar het winkelcentrum Martenshoek en vervolgens nog even naar Gorecht (ze noemen het nu De Kleine Meren, maar op de een of andere manier raak ik Gorecht maar niet kwijt). En dan heb ik alle winkelcentra in onze woonplaats gehad. Ik heb ook overal iets gekocht, dus ik heb evenwichtig geïnvesteerd in de levensvatbaarheid van onze winkelgebieden.

Tussen de bezoekjes aan de winkelcentra door, ga ik nog even met de auto door de autowasstraat. Dat was echt even nodig. Bij onze vaste autowasstraat is de woensdag een actiedag: extra goedkoop. Ik ben niet de enige die dat aantrekkelijk vindt: voor me proberen twee hoogbejaarde mensen hun auto te wassen. Dat gaat niet vanzelf. De man van de wasstraat helpt ze. De oude man rijdt eerst te ver door, stopsignalen negeert hij. Zijn vrouw staat inmiddels naast de auto. Met wat assistentie rijdt hij in zijn achteruit weer de wasstraat in. De antenne wordt met zuignapjes vastgezet, een plastic hoesje om de achterruitwisser en dan kan het wassen beginnen. Een beetje eng vinden ze het wel om hun auto over te leveren aan dat grote apparaat. Ze blijven dan ook in de wasstraat staan. De man staat precies onder de roldeur. Als de hete was aan de beurt is, zakt de deur. Ik gooi mijn autodeur open: "Pas op!", roep ik. En net op tijd trekt zijn vrouw hem onder de deur vandaan. Gelukkig maar, want dat is toch geen manier om aan je eind te komen.

Het was lekker om weer even zo op pad te zijn. Dat had ik nodig en dat is blijkbaar niet onopgemerkt gebleven. "Je bent niet je vrolijke zelf.", zegt E. vanavond. "Ik wil mijn oude leven gewoon weer terug", zeg ik inderdaad licht mokkend. "Zo erg is het toch niet? Als jij het opgeeft is het gebeurd", zegt E. "Ik kan de moed er niet inhouden." Nee, zo erg is het ook niet. En de moed erin houden kost me meestal geen moeite. Maar soms wel even. 

*Ik heb inmiddels zo'n 100 blogjes uit 2008/2009 geïmporteerd op deze weblog. En het leven dat ik toen had staat me aan. Een beetje rondhangen, de tijd laten passeren met dingen die niet per sé hoeven of moeten. Lekker klussen. Gewoon winkelen zonder doel, niet iets moeten kopen. Na heimwee naar het huis word ik nu overvallen door heimwee naar het leven dat ik had.

maandag 18 maart 2013

Geschiedenis importeren

Vijf jaar geleden begon ik met bloggen. Zomaar. Op een dag besloot ik te beginnen en sindsdien heb ik bijna iedere dag geblogd. Dat wil zeggen: met een intermezzo. Ik blogde eerst namelijk bij Web-log.nl. Tot Web-log.nl veranderde in Weblog.nl. Een dag zou de site uit de lucht zijn. Het werd uiteindelijk ongeveer een half jaar. In dat halve jaar heb ik nog gewacht: na een aantal jaren bloggen had ik zo'n kleine 1500 berichten bij Weblog staan. Maar op den duur geloofde ik er niet meer in. En toen ben ik overgestapt naar Blogger.

Inmiddels blog ik alweer meer dan een jaar bij Blogger. Met Weblog is het nooit meer goed gekomen. Dat zag ook Sanoma Media, de eigenaar van Weblog, in. Ze zijn er onlangs mee gestopt. Ik kreeg de mogelijkheid om een exportbestand van mijn blog te maken. Dat heb ik gedaan en kort geleden heb ik geprobeerd ze te importeren op Blogger. Het zou toch leuk zijn als ik al mijn stukjes weer bij elkaar op mijn blog zou hebben.

Inmiddels heb ik 650 berichten van mijn oude blog geïmporteerd. Maar omdat alles niet goed overkomt bij de import, moet ik ze 1 voor 1 live zetten. Vanmiddag zette ik zo'n 30 berichten van eind 2008, begin 2009 live. Grappig om die berichten van jaren geleden nog eens te lezen.

Sommige dingen zijn nog niet veranderd. Zo is E. nog steeds een borrelnotenbeul. De situatie in ons gezin is natuurlijk in die paar jaar tijd erg veranderd. De oudste woont inmiddels in Enschede en onze jongste is geen kind meer, maar een puber. Maar sommige dingen veranderen niet: een maaltijd koken die iedereen lekker vindt is nog steeds een lastige klus. Leuk ook om stukjes gezamenlijke geschiedenis met boezemvriendin nog eens na te lezen. En ontroerend om mijn gedachten en emoties rond het overlijden en de begrafenis van mijn oudste tante nog eens te lezen. Dat dat alweer zo lang geleden is...

Kortom: ik lees, mijmer en geniet, maar het overzetten schiet natuurlijk niet op. 

zondag 17 maart 2013

Voor altijd een beetje thuis

Na de brand woonden we zes weken bij mijn zus. Zij was de eerste die er was. Toen ze kwam aanrijden zag ze dat het geen klein brandje was. Dat er niets van ons huis over zou blijven realiseerden we ons niet lang daarna. Het was vanzelfsprekend dat we met haar mee zouden gaan. Gek genoeg is dat toen we op straat stonden helemaal geen onderwerp van gesprek geweest. Dat we er zes weken bleven was natuurlijk heel bijzonder. Nog bijzonderder was dat er in die hele periode geen verkeerd woord is gevallen, terwijl we toch niet op onze tenen liepen. We woonden met elkaar samen in een grote commune: twee gezinnen vormden zich om tot een grotere eenheid. In die eenheid had ieder zijn rol, routines werden deels aangepast en deels behouden. We waren er niet op visite: we draaiden mee in het huishouden.

De aanleiding voor ons verblijf was natuurlijk verschrikkelijk. Maar het was -hoe gek dat ook klinkt- toch een mooie periode. We hebben het er hier in huis nog regelmatig over. Ik kom uit een hecht gezin en we hebben altijd al een sterke onderlinge band gehad. Deze periode heeft die band alleen nog maar versterkt. Er is namelijk wel iets veranderd. Ook al wonen we niet meer bij elkaar, de grote eenheid is er nog steeds. Dat geldt ook voor de boerderij. Het is niet zomaar de plek waar mijn zus met haar gezin woont. We zijn erbij geweest dat de nieuwe silo is geplaatst, we hebben er meegedraaid in de routine van de boerderij, onze voetsporen liggen er. De boerderij is ook voor altijd een beetje thuis.

vrijdag 15 maart 2013

De spelbrekers

E. en onze zoon gaan twee keer in de week naar de sportschool. Daar gaan ze met veel plezier heen. Ze werken er een vast programma af. Met nadruk op vast. Elk hun eigen programma welteverstaan.
Zo nu en dan bedenken de dames die de sportschool runnen iets leuks. En daar zitten ze dan niet op te wachten. Ze zijn er evenmin om sociaal te doen. Ze zijn er om hun programma af te draaien. Niet meer, niet minder.

"Ze hadden gisteren weer een parcours uitgezet", zegt onze zoon. "Ze vroeg ook weer of wij ook mee wilden doen." Dat is namelijk al eerder voorgekomen. Het antwoord is altijd hetzelfde en wij kennen het dus al: hij doet geen parcours, hij doet zijn programma. Deze keer was hij samen met E. "We zeiden tegelijk nee", zegt onze zoon. Hij vindt het een enorme dijenkletser. "Je moest ook een minuut lang de kikkersprong doen." Duidelijk niet iets wat ooit in aanmerking zou komen om een onderdeel van zijn vaste programma te worden. Zoveel verraadt zijn gezichtsuitdrukking wel. "Niemand vindt het wat zo'n parcours." verkondigt hij, "Ze willen alleen geen nee zeggen." Daar hebben mijn mannen dus helemaal geen last van: het zijn enthousiaste spelbrekers. 

donderdag 14 maart 2013

Pakje kauwgom voor geen prijs?

"Kon u alles vinden?", vraagt de dame achter de kassa. "Ja hoor", zeg ik enigszins vermoeid. Als ik wat ik zocht niet had kunnen vinden, had ik het namelijk wel gevraagd. "Wilt u nog gebruikmaken van onze kassa-aanbieding? Twee pakjes kauwgom voor geen prijs?" Ze noemde natuurlijk wel een prijs, maar dat ben ik alweer vergeten. Het gaat om het idee.

Je komt het steeds vaker tegen: kassa-aanbiedingen. Bij de benzinepomp bijvoorbeeld. Als je net je tank voor een vermogen hebt volgegooid: "Wilt u misschien nog twee pakjes kauwgom voor geen prijs?" Ook hier is er natuurlijk wel degelijk een prijs'. Of bij de Jysk. "Wilt u misschien nog gebruikmaken van onze kassa-aanbieding? Een geurpotje voor geen prijs?". Mijn reactie is eigenlijk altijd: "Nee, dank je." Ik hou het dus netjes, maar wat komen al die opdringerige aanbiedingen me de neus uit! Waarom ik het netjes hou? Omdat het me nog erger lijkt om dat de hele dag te moeten vragen dan het te moeten aanhoren.

woensdag 13 maart 2013

DE broek

Zoiets is het!
Een goede nette broek vind je niet zomaar. Ik tenminste niet. Een tijd geleden maakte ik ze zelf. Dat was ideaal: de juiste lengte, genoeg ruimte voor de bovenbenen, een tailleband die aansluit. Zeven jaar geleden had ik geluk: ik vond de perfecte broek in de winkel! Wat doe je dan? Je koopt er direct twee. En die twee bleken ook nog eens van goede kwaliteit, want ik had ze nog steeds. Voor de brand dan. Ze gingen met de rest van mijn garderobe in vlammen op. Alleen daar al om is het lullig dat ons huis is afgebrand, want vind maar weer eens een perfecte broek.

Na de brand heb ik er een gevonden. Daar heb ik er ook direct twee van gekocht. En die nette broek(en) draag ik nu naar het werk. Omdat ze gelijk zijn, loop ik nu al  bijna een jaar in dezelfde broek. Behalve de broek heb ik dan nog een zwarte rok en een lila jurk. Dus dat is een overzichtelijke nette set. Vorige week was ik op het werk in mijn lila jurk. "Morgen weer DE broek?", zegt collega. En ja, inderdaad: de volgende dag verscheen ik weer in DE broek.

Maar ik heb goed nieuws: ik heb er nog een! Een broek met een ander model, namelijk eentje met wijde pijpen. Ik ben er erg blij mee. 

zondag 10 maart 2013

Dessertdiner

Als ik uit eten ga, neem ik graag een toetje. Griekse yoghurt met walnoten en honing bijvoorbeeld. Dat is echt bijzonder lekker. Of mousse bijvoorbeeld. Heerlijk zo'n luchtige massa. Of chocola natuurlijk. Dat is ook altijd goed: chocola in iedere denkbare vorm.

Thuis eten we eigenlijk geen toetjes. Het komt er gewoon niet van. Een tijdje ben ik er helemaal mee gestopt, omdat ik meegebrachte toetjes steevast kon weggooien. Ze werden gewoon vergeten. Maar nu neem ik losse toetjes mee voor onze zoon en de jongste. Zij kunnen wel wat extra calorieën gebruiken.

Maar lekker zijn ze wel, het is een echte traktatie. Dat vindt ook onze oudste. En daarom bedacht ze het volgende: een dessertdiner, een diner met alleen maar toetjes. Vorige week had ze een dessertdiner met haar roeiploeg. Het was een groot succes en het zal dan ook niet het laatste dessertdiner zijn. Lijkt mij ook wel wat.

zaterdag 9 maart 2013

Een levendige fantasie

Ik heb altijd een levendige fantasie gehad. Meestal heb ik daar veel plezier van. Ik zie het verhaal achter veel dingen. Vroeger al vertelde ik iedere avond voor het slapen gaan een verhaaltje aan mijn zusje. En bij het poppenkast spelen organiseerde zij voorstellingen die ik moest verzinnen en spelen. En nog steeds mag ik me verheugen in een levendige fantasie. Als ik op pad ga kom ik altijd met verhalen terug. In een restaurant zie ik altijd wel iets waar ik een interessant verhaal achter vermoed. Of in de krant: is het je wel eens opgevallen dat juist bij kleine berichten heel veel niet wordt verteld? Er wordt veel weggelaten en dat biedt mij dan weer de mogelijkheid om het zelf in te vullen.

Over het algemeen ben ik blij met mijn levendige fantasie. Het maakt het leven bijzonder kleurrijk.  Maar soms zit ik er niet op te wachten. Neem nou bijvoorbeeld de berichtgeving over de chocoladecake van Ikea. Die is in China vernietigd, omdat er een poepbacterie op zat. Hoe die poepbacterie in of op die cake is gekomen, wordt er niet bijgezegd. En daar komt mijn levendige fantasie weer om de hoek kijken: ik ben geïnteresseerd en geïnspireerd door het persoonlijke verhaal achter de poepbacterie. Het is niet moeilijk om daar een verhaal bij te bedenken. In ieder geval hoef ik eerst geen cake van Ikea.

Voor wie meer ziet in feiten dan verhalen: de poepbacterie schijnt vrij veel voor te komen op koek, brood en cake. Meestal merken we daar niets van. Dan happen we zo'n poepbacterie lekker weg. Het AD geeft zelfs een top 5 van de plekken waar je ze het meest tegenkomt:
  • Handvat van een kraan in een kantine
  • Deurgreep van de magnetron
  • Toetsenborden van computer
  • Smartphones
  • De knoppen van een automaat

vrijdag 8 maart 2013

Goed coachbaar

Vandaag gaan E. en ik op tegeljacht. Alles lijkt nu samen te komen. Des te meer keuzes we maken, des te completer wordt het plaatje in mijn hoofd. De bouw -of zoals wij zeggen 'de bòh', wordt langzaamaan ons huis. Het kiezen gaat goed. Beter dan verwacht. We krijgen de slag te pakken.

"Als ik u kan helpen, zegt u het maar", zegt de man van de tegelgroothandel. "We kijken eerst even", zeg ik. En dat doen we. Maar al snel merken we dat er teveel is om te bekijken. We krijgen geen overzicht. "We moeten er even doorheen geloodst worden", zeg ik tegen E. "Ik ga die man even vragen." Zo gezegd, zo gedaan. De man leert ons het verschil tussen gebakken en gesneden tegels, Hij geeft ons inzicht in de ins en outs van de juiste maatvoering. En dan is het een kwestie van kiezen: dit wel, dat niet. We komen eruit. "Beslis niet overhaast", zegt de man. "We hebben alles op voorraad, dus u kunt op ieder moment beslissen." Dat is mooi, maar het is niet nodig. We bestellen nog niet, maar we weten het zeker. Het verdere verloop kennen we inmiddels ook al: de leverancier stuurt een offerte en dan weten we of het al dan niet binnen de begroting past.

Als we naar buiten lopen, zeg ik tegen E. "Het liep gesmeerd toch? Als je maar op het juiste moment hulp vraagt." "We zijn gewoon goed coachbaar.", zegt E.  Dat is het.

woensdag 6 maart 2013

Om gek van te worden

Ieder jaar is het weer raak: als ik mijn belastingformulier in moet vullen, ben ik mijn digid kwijt. Nu wist ik natuurlijk dat ik mijn digid kwijt was, want alle sporen die ik in huis had achtergelaten om mijn digid te onthouden, zijn natuurlijk door het vuur opgevreten. Dus vraag ik opnieuw een digid aan. Ik bedenk een wachtwoord dat voldoet aan alle eisen en dat stuur ik naar mijn mailboxen. Ik ben tevreden: weer iets wat op de lijst kan worden afgevinkt.

Via de post krijg ik een activeringscode en dan kan ik opnieuw gaan inloggen. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht, maar toch lukt de eerste inlogpoging niet. Ik ben nog niet in paniek, maar de stemming daalt toch wel als de tweede inlogpoging ook niet lukt. En als ook de derde inlogpoging niet lukt, word ik een kwartier buitenspel gezet. Na een kwartier tik ik alle mogelijke variaties van het wachtwoord in. Ik word verschillende keren buitenspel gezet en het resultaat is uiteindelijk hetzelfde: ik kom er niet in.

Blijkbaar heb ik een typefout gemaakt bij het overtypen van mijn wachtwoord of mijn gebruikersnaam. Er zit niets anders op: ik moet opnieuw een digid aanvragen. Het is om gek van te worden.


dinsdag 5 maart 2013

Lekker knetteren

Vandaag geef ik collega een hand. Hij is jarig. Als ik hem een hand geef, knettert het even. We krijgen een schok. Dat gebeurt me vaker: ik ben vaak statisch geladen. Ik krijg schokjes van de auto, van de deur, noem maar op. Hoe kan dat toch? Ik besluit het tot op de bodem uit te zoeken op internet.

En dan stuit ik op de meest bijzondere dingen. Iemand meldt op een forum dat hij statisch geladen wordt als hij met zijn kont over zijn autostoel wrijft. (Dat zal bij mij dan ook wel zo zijn). Verder leer ik dat mensen met een droge huid er meer last van hebben dan mensen met een vette huid (dat pleit er weer tegen) en in de winter is het erger dan in de zomer (ja, het is winter). Synthetische vezels werken het bovendien in de hand (mijn favoriet: viscose). Het sleutelwoord in alle artikelen is wrijving (ik heb er het lichaam voor). De statische lading die zich door wrijving in je lichaam opbouwt zoekt een uitweg. En als je rubberen zolen draagt (check: rubberen zolen vandaag), dan verlaat het je lichaam dus niet via je voeten.

Ik mag blij zijn dat de statische lading mijn lichaam verlaat. Als dat niet het geval zou zijn, zou ik geplaagd kunnen worden door allerlei kwalen. Door het dragen van rubberen zolen hebben we geen contact meer met de aarde, lees ik op de site van Earthing Nederland. En dat terwijl wij de aarde net zo hard nodig hebben als de zon. Earthing Nederland adviseert je dan ook meer op blote voeten in het gras te gaan lopen. Dat doe ik ook graag, alhoewel de katten hier in de buurt eigenlijk te actief zijn voor een ontspannen blote-voeten-wandeling in het gras. Bovendien is dat in de winter best koud. Maar daar heeft Earthing Nederland dan weer de perfecte oplossing voor: aardingslakens en -hoeslakens en aardingsmatten. Lijkt dat je niks, dan kun je ook kiezen voor een slaapzak of een omslagdoek. Mogelijkheden zat. Het is wel stevig aan de prijs (€ 46 euro voor een mat en een tweepersoonshoeslaken vanaf €259), maar dan heb je ook wat.

Vooralsnog laat ik het nog maar even lekker knetteren.

maandag 4 maart 2013

Liever naar de Lidl

Ik ben er los van. De innige relatie die ik had met de Super de Boer heeft geen vervolg gekregen met  de Jumbo. Ik was er al bang voor dat het nooit meer hetzelfde zou zijn. En dat is zo: de Jumbo heeft mijn hart niet gestolen. De Jumbo is geen Super de Boer.

Dus ben ik er nu vanaf. Ik ga nog wel eens in de twee weken, maar ik heb er niet meer hetzelfde gevoel bij. Het was een feest om bij de Super te winkelen, maar dat is het bij de Jumbo niet. Ik kan er niet precies de vinger op leggen: het is dezelfde locatie, het zijn dezelfde mensen, maar toch is het niet hetzelfde. Ik heb niets aan te merken op het assortiment van de Jumbo: het is een breed assortiment tegen een goede prijs. Vanwege het assortiment merkartikelen ga ik er nog eens in de twee weken heen. Ik denk dat er verschillende oorzaken voor zijn: de winkelinrichting en het verlichtingsplan, maar zeker ook de superieure flauwekul van de Super. Boodschappenpakketten, kraskaarten, speeltjes, Rocks, demonstraties. Dat alles maakten van de Super meer dan alleen een supermarkt. Het maakte de Super tot een plek waar je graag even rondhing. En dat heeft de Jumbo niet.

En als er dan toch geen flauwekul bij is, dan ga ik liever naar een zaak zonder flauwekul, maar met kwaliteit: de Lidl. Ik ga nu dus liever naar de Lidl. En deze week tref ik het: het is mijn Lidlweek.

zaterdag 2 maart 2013

Thuis ruikt altijd lekker

Vandaag lees ik in de krant het verhaal van twee mannen die hun hele leven al werken bij de plaatselijke snoepfabriek Hoepman. Een van de mannen werkte eerst in een melkfabriek, maar hij verdroeg de zurige lucht niet. Ik ben dol op zuivel, maar toch kan ik het me voorstellen.

Woensdag reden E. en ik namelijk langs de melkfabriek in Doezum. De melkfabriek is nadrukkelijk aanwezig: het kleine dorpje omarmt de melkfabriek als het ware. Als dank omarmt de melkfabriek het dorp met een zurige lucht. Het is niet de zurige lucht van verse kwark of een fris glas karnemelk. Ook is het niet de zoetere geur van verse melk. Het is de geur van zure melk.

Wij kunnen het onsmakelijk vinden, de inwoners van Doezum denken daar hoogstwaarschijnlijk heel anders over. Mijn schoonouders groeiden op in Hoogkerk, vlakbij de suikerfabriek. Heerlijk, de weeë lucht van suikerbietenpulp, aldus mijn schoonmoeder. Wij zijn vertrouwd met de geur van strokarton en koekjes. De beroemde rolletjes van Vegter worden in Martenshoek gemaakt. Als je teveel lucht hapt in Martenshoek word je zelfs van de lucht nog dik: zo zoet is die lucht. Lekker.

Wat het ook is: een zure lucht, de lucht van suikerbieten, de geur van strokarton, koekjes of mest, thuis ruikt altijd lekker.