Posts tonen met het label thuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label thuis. Alle posts tonen

zaterdag 3 februari 2024

Thuis in de trui

Thuis draag ik graag een zwarte trui -ooit een jurkje, door mijn zus aangeschaft en afgedankt. Ik voel me er in thuis. Hij wordt dan ook intensief gedragen. En dat is zo onderhand te zien. Er vallen hier en daar gaatjes in. En er zitten chloorspetters op van fanatieke bleekborstelsessies. De gaatjes dicht ik zo nu en dan met een jij-en-ik-steekje. Dan zie je er niks meer van. De spetters zijn oranje vlekjes geworden. Sommige zijn zo klein dat je ze bijna niet ziet, maar de grotere springen wel in het oog. Eerst had ik er alleen twee grotere onderaan de rand van de trui. Ik dacht dat met een watervaste stift wel even op te lossen. En inderdaad. De oranje vlekjes verdwijnen als sneeuw voor de zon als je ze met de watervaste stift aanstipt. Maar... zo watervast zijn die stiften blijkbaar niet, want na het wassen zijn de stipjes weer vrolijk oranje. Onze zoon trof ooit iemand die over een product dat zijn aanbevelingen niet waarmaakte, zei :  'ze liegen op het potje'. Ze liegen dus ook op de stift.

Een goede truc

Ik vertel het minder succesvolle aanstipverhaal aan de oudste. Zij is net als ik dol op hacks. Ze deelt mijn ervaring: watervaste stiften zijn niet altijd watervast. In ieder geval niet als je het graag wilt. "Wat dacht je? Ik kan de truc van mijn oma wel even uit de kast halen?", zegt ze. Mijn oma was ook dol op een watervaste stift. Vroeger, toen er nog wel eens een langere tijd ijs lag, hadden we in mijn geboortedorp een aantal keren een ijsfestijn. Iedereen droeg kleding uit lang vervlogen tijden. Mijn oma had nog een hele collectie. Mijn overgrootvader was kleermaker, zij was coupeuse en wist een mooi kledingstuk dus te waarderen. Wij konden dan ook te kust en te keur gaan. Er waren nog diverse mooie stukken beschikbaar.  

In een handomdraai

Het evenement was best bijzonder. Het leek alsof je honderd jaar terug in de tijd ging. Het trok dan ook veel aandacht en er werden mooie foto's gemaakt door goede fotografen. Mijn oma documenteerde dat allemaal zorgvuldig in mooi verzorgde plakboeken. Natuurlijk lukte het niet iedereen om zich van top tot teen periodeconform te kleden. Jammer, vond mijn oma. Maar met een watervaste zwarte stift loste ze dat in een handomdraai op. 

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang CardsHier vind je deze.


De soundtrack bij de blog is:

zaterdag 4 april 2020

Vermaak in tijden van corona

Je mouten joe waiten te redden
We zitten lekker opgehokt in huis. E. zet een muziekje op. Het is onze favoriet voor een rustige zondagmorgen, This one's for him: A tribute to Guy Clark. Eentje om je echt lekker thuis bij te voelen. "Lekker muziekje pa", zegt onze zoon. "Doar kist hom wel mit geworden loaten", zegt hij tegen mij.


Fitness disco fever

We zitten in coronamodus. We maken het ons in huis zo aangenaam mogelijk. En we zoeken zoveel mogelijk bezigheden in huis. Ik maak een lijst aan op spotify voor mijn fitnessactiviteiten binnenshuis. Ik lag tot nu toe droog te sporten en dat bevalt me toch niet. Een beetje muziek erbij vind ik toch net iets fijner. Dan voelt iedere vorm van beweging natuurlijker aan. Ik kijk even op mijn overjarige minipad op spotify. Het valt me op dat ik mijn eigen afspeellijsten niet zie. Alleen die, die we gebruikt hebben voor het open huis; allemaal nummertjes met fire erin. Disco inferno kan natuurlijk op mijn lijst. Ik zoek verder op  fitnessplaylists, maar dat spreekt me eigenlijk allemaal niet aan. Onze aquarobiclerares maakt altijd fijne lijsten. Maar zo makkelijk is dat helemaal niet. Disco uit de 70's misschien, bedenk ik. Ik vind er eentje genaamd Disco fever. Die ga ik volgen.


Door de mand met Mahotella Queens

Bij de aanbevolen cd's zie ik er eentje van de Mahotella Queens. Nog nooit van gehoord, maar ik luister even. E. kijkt op. "Mahotella Queens", zeg ik "Leuk". "Ja", zegt E. "Daar heb ik gisteren ook naar geluisterd." Het blijft even stil. "Zit jij op mijn Spotify Premium?", vraagt hij. "Dat zou best kunnen", zeg ik. Ik noem nog een paar titels. En ja, ik zit inderdaad op E's spotify premium. "Ik heb je hele smaakvolle lijst overhoop gegooid met hysterische fitnessmuziek en lekkere discomuziek", zeg ik. "Doar kist die din wel weer mit geworden loaten", zegt onze zoon.

Ik kan mezelf echt heel goed vermaken. 

woensdag 11 september 2013

Beter naar de Gamma

Vanmorgen ben ik met de auto op pad, druk bezig met een aantal huisverbeteringsacties. Ik hou het overzichtelijk; ik doe maar een paar winkels aan, maar gelukkig met een goed resultaat: plakhaakjes, viltjes voor onder de stoelen, opbergers. En dan thuis direct alles weer wegwerken en ordenen. Het klinkt simpel, maar je kunt er een dagtaak aan hebben. Soms stemt het je tot tevredenheid, soms ben je gewoon bekaf.

Vandaag slaag ik voor 75%. Niet gek. Het enige wat niet is gelukt is de afstandsbediening voor het raam boven onze vide. Na een zoektocht op internet vond ik de Praxis als een van de leveranciers. Maar daar was het niet meer voorradig, of gewoon helemaal uit de voorraad. Bij de tegenoverliggende Gamma konden ze me wel helpen, maar met een grijs exemplaar. Voor de witte variant moet ik nog een weekje wachten. Maar goed, het is niet voor het eerst: de Gamma is beter gesorteerd dan de Praxis. Dus in het vervolg eerst maar naar de Gamma.



donderdag 22 augustus 2013

Sappemeer, the city that never sleeps



We zijn weer terug in Sappemeer, the city that never sleeps. Onze eerste nacht hier was ik vroeg wakker. Om een uur of half drie lag ik al wakker in onze goed verduisterde slaapkamer. Ik had me er enorm op verheugd: na een jaar slapen op een open zolder eindelijk weer een slaapkamer met een deur die je dicht kunt doen. Lekker de wereld buitensluiten. 

Maar eindelijk weer terug op deze vreemde maar toch vertrouwde plek, was ik te opgewonden om te slapen. Net als de nacht na de geboorte van onze kinderen. In de slaapkamer met verduisterende gordijnen is het roetdonker. Ik heb moeite om me te oriënteren. Des te meer omdat E. ons bed zo heeft opgesteld dat we met de voeten naar de straat en met het hoofd naar de deur liggen. Totaal niet feng shui natuurlijk en zeker niet mijn idee. Maar goed, ik geef het het voordeel van de twijfel. In het donker bedenk ik wat er allemaal nog moet gebeuren: morgen eerst maar een kledingrek halen voor de jassen die nu nog onderaan de trap liggen. En die kasten die onder de schuine wand staan, kunnen misschien wel aan het hoofdeind van ons bizar opgestelde bed staan. Ondertussen wandelen mensen opgewekt pratend voorbij. Dat hoor ik, omdat we het raam open hebben staan. Het is drie uur in de nacht. We zijn in Sappemeer. Wat zal ik morgen nog meer gaan doen? Achter die stoelen aanbellen die zouden komen en toch niet kwamen. Werk maken van een deurbel. Dit soort gedachten brengt de slaap natuurlijk niet dichterbij. Maar even naar het toilet dan. Dat is altijd goed. Tastend vind ik mijn weg in het donker. Het is nog niet zover dat ik die blindelings vind.

Even later wordt E. wakker van mijn gedraai. Ook hij gaat nog maar even naar het toilet. “Donker he?”, zeg ik.  Dat zijn we niet meer gewend. “Zal ik je even naar de deur klakken?” en ik voeg de daad bij het woord en maak een klakkend keelgeluidje. “Je weet wel, dat doen vleermuizen ook toch? Dan weerkaatst het geluid tegen de muur”, zeg ik in de richting waar ik E. in het donker verwacht. “En dolfijnen toch ook? Of waren het walvissen?”, zeg ik al klakkend. Ik ben goed wakker. Hoe laat zal het zijn? Een uur of vier? Het is ondertussen toch iets rustiger geworden in Sappemeer, the city that never sleeps, afgezien van mijn geklak dan. E. kan mijn geklak niet waarderen. Ik vind het zelf eigenlijk ontzettend grappig en krijg de slappe lach. Ook dat brengt de slaap niet dichterbij.

Tegen een uur of half vijf rijden de brommers voorbij: de eerste mensen gaan alweer naar hun werk. Rond zes uur valt de krant op de mat. De brievenbus klinkt metalig in de vide. Dat doet me eraan denken dat ik nog beslag voor de binnenkant van de brievenbus moet bestellen. Morgen maar, als we tenminste internet hebben. Ik sta rond zeven uur op. Genoeg te doen, zo’n eerste dag na de verhuizing.



Waarom ik dit bericht niet plaatste op vrijdag 16 augustus? Dat weten jullie inmiddels: omdat internet het niet deed natuurlijk. Dat betekende niet alleen geen internet, maar ook geen telefoon en televisie. E. is vrijdag al op tijd begonnen met bellen, omdat het vertrouwen dat het vanzelf goed zou komen van tevoren al niet geweldig was. Waarom internet het dan niet deed? Tja, dat kon een monteur pas na het weekeinde uit gaan zoeken. Inmiddels hebben we nog steeds geen internet. Er is wel heul goed nieuws: iemand is bij het kastje geweest. Merken wij daar iets van? Tuurlijk niet. Er moet namelijk ook nog een draadje worden getrokken. En dat doet weer iemand anders. Ze hopen dat het allemaal voor het weekend lukt, maar garanties kunnen ze daar natuurlijk niet voor geven...
Hoe ik dan toch dit stukje blog? Niet weer op mijn telefoon, maar met een dongel. Die heeft E. maar even gehaald. Want ja, hij heeft ook nog een bedrijf hè. Dus ik leen 'm even.

zondag 26 mei 2013

De weg terug naar huis

In de vroege ochtend van 26 mei 2012 brandde ons huis af. Het is een bizar en onvoorstelbaar jaar geweest. Ik heb dingen meegemaakt die mijn voorstellingsvermogen te boven gingen. We hebben dit jaar meer beslissingen genomen dan in de tien jaar daarvoor. Ik heb dingen geleerd die ik -als ik een keuze had gehad- nooit had geleerd. Ik heb geleerd wat er toe doet en wat er niet toe doet. Ik heb angst en heimwee overwonnen. Ik heb geleerd los te laten waar het moet en vast te houden als dat nodig is. Ik heb om leren gaan met onzekerheid. En nog veel meer... Wij hebben ons huis verloren, maar weten dat we thuis zijn bij elkaar. "Het is niet alleen maar verlies", zei laatst iemand tegen me die zelf een brand meemaakte. En dat klopt. Je staat ook wat gemakkelijker tegenover sommige zaken. Je weet precies wat ertoe doet. En dat is winst.  




We hopen in de zomer weer in ons huis te kunnen trekken. De afwerking vraagt nog even tijd, maar het vordert gestaag. We kijken ernaar uit om weer op onze eigen stek te zitten, want ondanks de veelheid aan activiteiten, keuzes en indrukken, voelt het toch een beetje alsof we stilstaan. Of we zijn blijven hangen in de pauzestand. Als we weer thuis zijn kunnen we deze periode afsluiten. De brand zal altijd een soort breekpunt in ons leven zijn, maar het heeft ons geen van allen gebroken. We hebben de draad direct weer opgepakt, dezelfde dag nog. Op 26 mei 2012 brandde ons huis af. En nu zijn we alweer een jaar verder. De weg terug naar huis wordt met de dag korter.






zondag 17 maart 2013

Voor altijd een beetje thuis

Na de brand woonden we zes weken bij mijn zus. Zij was de eerste die er was. Toen ze kwam aanrijden zag ze dat het geen klein brandje was. Dat er niets van ons huis over zou blijven realiseerden we ons niet lang daarna. Het was vanzelfsprekend dat we met haar mee zouden gaan. Gek genoeg is dat toen we op straat stonden helemaal geen onderwerp van gesprek geweest. Dat we er zes weken bleven was natuurlijk heel bijzonder. Nog bijzonderder was dat er in die hele periode geen verkeerd woord is gevallen, terwijl we toch niet op onze tenen liepen. We woonden met elkaar samen in een grote commune: twee gezinnen vormden zich om tot een grotere eenheid. In die eenheid had ieder zijn rol, routines werden deels aangepast en deels behouden. We waren er niet op visite: we draaiden mee in het huishouden.

De aanleiding voor ons verblijf was natuurlijk verschrikkelijk. Maar het was -hoe gek dat ook klinkt- toch een mooie periode. We hebben het er hier in huis nog regelmatig over. Ik kom uit een hecht gezin en we hebben altijd al een sterke onderlinge band gehad. Deze periode heeft die band alleen nog maar versterkt. Er is namelijk wel iets veranderd. Ook al wonen we niet meer bij elkaar, de grote eenheid is er nog steeds. Dat geldt ook voor de boerderij. Het is niet zomaar de plek waar mijn zus met haar gezin woont. We zijn erbij geweest dat de nieuwe silo is geplaatst, we hebben er meegedraaid in de routine van de boerderij, onze voetsporen liggen er. De boerderij is ook voor altijd een beetje thuis.

zaterdag 2 maart 2013

Thuis ruikt altijd lekker

Vandaag lees ik in de krant het verhaal van twee mannen die hun hele leven al werken bij de plaatselijke snoepfabriek Hoepman. Een van de mannen werkte eerst in een melkfabriek, maar hij verdroeg de zurige lucht niet. Ik ben dol op zuivel, maar toch kan ik het me voorstellen.

Woensdag reden E. en ik namelijk langs de melkfabriek in Doezum. De melkfabriek is nadrukkelijk aanwezig: het kleine dorpje omarmt de melkfabriek als het ware. Als dank omarmt de melkfabriek het dorp met een zurige lucht. Het is niet de zurige lucht van verse kwark of een fris glas karnemelk. Ook is het niet de zoetere geur van verse melk. Het is de geur van zure melk.

Wij kunnen het onsmakelijk vinden, de inwoners van Doezum denken daar hoogstwaarschijnlijk heel anders over. Mijn schoonouders groeiden op in Hoogkerk, vlakbij de suikerfabriek. Heerlijk, de weeë lucht van suikerbietenpulp, aldus mijn schoonmoeder. Wij zijn vertrouwd met de geur van strokarton en koekjes. De beroemde rolletjes van Vegter worden in Martenshoek gemaakt. Als je teveel lucht hapt in Martenshoek word je zelfs van de lucht nog dik: zo zoet is die lucht. Lekker.

Wat het ook is: een zure lucht, de lucht van suikerbieten, de geur van strokarton, koekjes of mest, thuis ruikt altijd lekker.

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.



zaterdag 21 juli 2012

Ongegeneerd koekeloeren

Gisteren wilde ik me behaloos op de bank storten voor een totale breakdown. "Is de krant al bezorgd?", vraag ik. Ik stelde de vraag niet omdat ik even een krantje wilde lezen, maar om te checken of de krantenbezorger al was  geweest.

Als je binnen je eigen woonplaats verhuist, heb je dik kans dat je ook een andere krantenbezorger krijgt. Onze ochtendkrant wordt zo vroeg gebracht dat we nooit een bezorger zien, maar van het bezorgen van de avondkrant zijn we iedere dag getuige. Thuis werd onze krant op de brommer of met de auto bezorgd naar goed Sappemeers gebruik. Het snorren van de brommer en de contouren van een zwartgehelmd meisje waren een vertrouwd beeld. Ze werd gereden, dus snel en discreet werd de krant in de deur gestoken.

Hier brengt een man op leeftijd de krant op de fiets rond. Hij heeft een gezonde buitenkleur, hoogstwaarschijnlijk van het door weer en wind op de fiets kranten bezorgen. Hij rijdt hier de oprit op en draait dan een rondje op de oprit om dan bij het raam langszij te komen. Hij combineert het in de brievenbus steken van de krant met ongegeneerd naar binnen loeren. Hij lacht om de kleine strookjes plakplastic die de vorige bewoners op het raam plakten om inkijk te voorkomen. Op zijn fiets kan hij namelijk gemakkelijk over de strookjes naar binnen kijken. En dat doet hij.

Dus behaloos op de bank rondhangen kan pas nadat de krant is bezorgd. 


zaterdag 7 juli 2012

Een huis dichtbij thuis

Het zijn hectische weken geweest. Vandaag is het precies zes weken geleden dat ons huis is afgebrand. Vijfeneenhalve week hebben we doorgebracht in de 'commune'  met het gezin van mijn zus. Hoe gek het ook klinkt: het waren onvergetelijke weken. Wij hadden de tijd om -ondanks alle hectiek- in alle rust te herstellen. Het communeleven was een warm bad zonder turbulenties. Dat was precies wat we nodig hadden. Maar zo kon het niet blijven doorgaan: natuurlijk wil je ook weer op eigen benen staan.

Vorige week vrijdag kregen we de sleutel van het huurhuis waar we nu wonen. Het weekend werd klussend doorgebracht. Met hulp van familie en vrienden werd het huis in een razend tempo gewit. De zondag was voor het ophangen van gordijnen en luxaflex. Op maandag waren we klaar voor de vloerbedekking. Zodra dat er lag konden alle meubels die we in de voorgaande weken hebben aangeschaft of bij elkaar hebben gescharreld, worden geplaatst. Dinsdag kwamen belangrijke apparaten zoals de wasmachine. Ook werd de felbegeerde afwasmachine via mijn schoonouders gevonden. Donderdag werd de droger nageleverd. Zo zijn alle grote dingen in huis zo'n beetje aangeschaft. We zijn dikke vrienden met Ikea geworden. Ik kreeg altijd al berichten met Hej Jannie - en dan iets in de trant van: weet je welke leuke aanbiedingen we nu weer hebben? Maar ik verwacht dat de begroeting nu nog hartelijker zal worden, zoiets als Hej Jannie dikke väninna. En dan natuurlijk flinke kortingen voor mij met gratis Zweedse balletjes in het restaurant.

Het shoppen van gebruiksvoorwerpen gaat nog steeds door; steeds duiken er grotere en kleine dingen op die wel handig zijn, maar die er niet meer zijn. Ook dringt het -nu we hier zitten- steeds meer door dat we echt niets meer hebben. De grote dingen zijn er inmiddels in grote lijnen. Het gaat meer om de kleine dingen. Koffie zetten? Het apparaat is er natuurlijk en ook de koffie is aangeschaft, maar geen bus om koffie in te doen en geen maatschepje. Het zijn kleine dingen waar je ook wel zonder kunt, maar die je even doen beseffen hoe de vork in de steel zit. Ook aan andere dingen merk je dat er niets meer vertrouwd is. Dingen waar je nooit bij stilstaat, vallen je nu ineens op. Zo hebben de nieuwe messen een andere vorm dan de messen die we hadden en dat smeert heel anders. En verder natuurlijk de zaken die iedereen heeft als je net in een nieuw huis woont: waar zat dat lichtknopje ook alweer? Als je jarenlang in een huis woont zijn alle routes je zo vertrouwd dat je daar nooit meer bij nadenkt. Dat is nu even helemaal weg. Maar ik verwacht dat dat snel zal wennen.

Ook de buurt waarin we nu wonen is volstrekt anders dan onze gewone omgeving. Het is prima te doen, het is een goed huis en we wonen hier in een fijne buurt met veel ruimte, maar het is niet thuis. Van mijn attente en begripvolle collega's kregen we dinsdagmiddag een bos bloemen met daarbij een kaartje met daarop de rake tekst: Veel plezier in jullie huis dichtbij thuis. 

zondag 3 juni 2012

Als een lopend vuurtje

Er zijn heel veel uitdrukkingen in de Nederlandse taal die verwijzen naar brand. Iemand uit de brand helpen, iets staat niet in de brand, iets gaat als een lopend vuurtje... Met name dat laatste deed zich ook voor rondom wat ons gebeurd is.

E. werd op de zaterdagochtend dat ons huis afbrandde afgevoerd naar het ziekenhuis in een ambulance. Hij verbrandde zijn voet bij een heldhaftige poging om de brand te blussen. In het heetst van de strijd ging hij in het vuur staan. Aanvankelijk wilde hij niet naar het ziekenhuis, maar het ambulancepersoneel was onverbiddelijk: tweedegraads brandwonden in combinatie met straatvuil (op blote voeten op straat), dus naar het ziekenhuis. Anderhalf uur later konden we hem alweer ophalen.

Ik heb er destijds niet veel van meegekregen, maar als ik de beelden terugkijk zie ik enorme hordes mensen staan. Die hebben allemaal hun eigen verhaal over de brand. Hoogstwaarschijnlijk hebben al die mensen E. zien vertrekken en was het al wat rustiger toen E. terugkwam. Die informatie is in ieder geval niet doorgekomen: veel mensen denken dat E. in het ziekenhuis ligt. Ook het huis-aan-huis-blad kopt dat er een gewonde is bij de brand. Verder wordt E. als held afgeschilderd; de bewoner die als laatste het pand verliet loopt verwondingen op door de brand en heeft problemen als gevolg van inademing van rook. Laat er hier even geen twijfel over bestaan: natuurlijk is E. een held. Maar dat wist ik allang, daar had ik deze brand echt niet voor nodig. Afijn, de rest van de wereld weet het nu dus ook.

Als we woensdag bij de buurdrogist komen vertelt die ons dat ze even verderop in de straat hoorde dat E. zijn been kwijt is. Boezemvriendin vertelde het op het werk en een verdieping lager ging daar al het verhaal dat de brand was aangestoken. En gisteren vertelde iemand ons dat alleen de voorgevel van ons huis was blijven staan. Gelukkig heeft E. zijn been nog en gelukkig is het niet aangestoken en er staat nog meer dan de voorgevel van ons huis - niet dat we daar veel aan hebben, want de muren zijn allemaal zo heet geworden dat ze niets meer kunnen dragen.

De verhalen verschillen dus, maar dat ons huis is afgebrand is algemeen bekend. Zo'n nieuwtje gaat namelijk als een lopend vuurtje. En wij weten nu uit eigen ervaring hoe snel dat gaat.

zondag 27 mei 2012

De inventaris van ons leven

Gisteren is ons iets verschrikkelijks overkomen: ons huis is afgebrand. Dat is te verschrikkelijk voor woorden, maar gelukkig niet het allerverschrikkelijkst,  want wij zijn er allemaal nog.  E. heeft zijn voetzolen tweedegraads verbrand. Daarvoor moeten we nog dagelijks naar het ziekenhuis, maar verder zijn we in orde. Spullen hebben we helemaal niet meer. Niet alleen geen huisraad meer, maar ook geen kleding, geen identiteitsbewijzen, geen telefoons, geen pasjes. Dus je hebt geen idee van tijd, geen cent te makken en geen mogelijkheden tot contact met anderen. Dat slaat de grond behoorlijk onder je voeten weg. Gisteren overheerste de opluchting dat we het er met zijn allen levend vanaf hadden gebracht.

En nu? 

Vandaag zijn we er alweer aan gewend dat we het er levend vanaf hebben gebracht. We zitten comfortabel bij mijn zus, die het prima voor ons heeft georganiseerd. Nu worden we in beslag genomen door de vraag: en nu? Ook zijn we bezig met het opmaken van de inventaris van ons leven. Om de vijf minuten rijst het besef: dat hebben we nu ook niet meer. Spullen met emotionele waarde: die leuke boekjes die ik schreef over onze vakantie, de geboorteverhalen van onze kinderen, al E's schetsboeken, de eerste leesboekjes die ik voor onze kinderen schreef. En heel veel foto's. Gelukkig lagen onze belangrijkste fotoalbums voor het grijpen. De baby-albums heb ik dus nog mee kunnen nemen. Maar veel meer niet.


Opnieuw beginnen 

Daar stonden we op straat: in badjas en pyjama met niets om onze voeten te kijken naar het afbranden van ons eigen huis. Machtelozer kun je je niet voelen. We stonden er niet alleen, want zo'n grote brand met veel materieel erbij, trekt veel kijkers. Het water moest -om voldoende druk te kunnen maken- uit het Winschoterdiep komen. Al dat water heeft ervoor gezorgd dat de panden naast ons huis niet zijn afgebrand. Gelukkig maar. Ons huis was niet meer te redden. Het was een fijn huis dat we met veel liefde en moeite naar onze smaak hebben ingericht en verbouwd. Nu moeten we opnieuw beginnen. Dat is iets waarvoor we nooit zouden hebben gekozen, maar een keuze hebben we niet. We zullen vooruit moeten.

En dat gaan we ook doen. We pakken onszelf bij elkaar en pakken zo snel mogelijk onze routines weer op. Dus blog ik weer.

Er zijn verschillende filmopnamen gemaakt: http://www.112hoogezand.nl/index.php?subaction=showfull&id=1338015832&archive=&start_from=&ucat=12&