dinsdag 24 juli 2012

Pijnlijk moment

Het zit niet mee. Gisteren reden onze zoon en ik naar het winkelcentrum om zijn outfit enigszins op peil te brengen. Ineens worden we opgeschrikt door een geratel: metaal op metaal. Het klinkt niet best. Als we thuis zijn, kijk ik of het gereedschap misschien door de kofferbak is gegleden. Dat is niet het geval. E. rijdt ook nog een rondje voor een second opinion. Ons oordeel is eensluidend: hier moet een professional naar kijken.

Vanmorgen rijd ik naar de garage. De specialist ziet net als E. en onze zoon aan de buitenkant niets. "Rij maar eens een stukje", zeg ik "dan merk je het snel genoeg." En ook de specialist oordeelt dat het niet best is. Hij hoopt dat we de auto vanavond weer op kunnen halen. Ik krijg zolang een Fiat Cinquecento te leen.

Met het raam open snor ik in de Cinquecento rond. Het is echt toerweer, dus ik besluit een Veenkoloniaal rondje te maken. Een beetje doelloos toeren is niet echt mijn stijl, dus een snelle shopronde in een nabijgelegen plaatsje lijkt me aangewezen. Ik doe er de Wibra even aan. Het is rustig - in de hele winkelstraat. Een bedrijf doekt op, een ander vestigt zich pas in september weer elders en nog meer verdachte opruimingen. Al met al heeft de recessie hier keihard toegeslagen, maar de Wibra is dus nog open.

In de Wibra doe ik verschillende kleine aankopen. Bij het afrekenen staan een moeder met haar twee kleine kinderen achter me. Het jongetje krijgt een waterpistool. De kassière praat tegen de jongen terwijl ze mijn spullen in een tasje pakt.  "Is die voor jou?", vraagt ze. Het jongetje knikt. "Dat is leuk! Ga jij pappa daar mee natspuiten als hij vanavond thuiskomt?" Het jongetje zegt niet zoveel. "Of durf jij dat niet?" Hij zegt nog steeds niet. "Dat durf jij toch wel?", dringt ze aan. Dan grijpt de moeder in. "Nee, pappa woont niet meer bij ons. Dus hij komt vanavond niet thuis en daarom kan hij pappa niet natspuiten hè?", zegt ze tegen het jongetje. Pijnlijk.

maandag 23 juli 2012

Een groot verlies

Met een oor luister ik naar Zomergasten. Henny Vrienten is de zomergast. De oudste ergert zich aan alle geluidjes die hij maakt. Maar Henny zegt ook dingen die raken. Een uitspraak die mij raakt gaat over boeken. "Aan iemands boekenkast kun je zien wie hij is", zegt Henny. Henny vertelt dat hij vaak rondneust in dozen met boeken op het Waterlooplein. Hele nalatenschappen vind je daar en aan zo'n doos kun je zien wie iemand is, aldus Henny. Hij heeft gelijk: je boekenkast, je muziek, de spullen die je in je leven verzamelt vertellen jouw verhaal. Daar ben ik me altijd van bewust geweest. Ik ervaar nu echter dat je ook zonder wat je verzameld hebt nog bent wie je was. Mensen lezen je misschien minder gemakkelijk. Het verzamelen vertelt iets over je, maar het definieert je niet. Dat zit in andere dingen. Maar het is wel een gemis. Dat zal ik niet ontkennen. Het verliezen van je stoffelijke geschiedenis is een groot verlies.

zondag 22 juli 2012

Cola op de trap

Deze week belegde ik onze tweede trap met traptreden. Niet dat ik de witgeverfde trap niet mooi vind, maar we wonen nu twee-onder-een-kap. Dus je moet een beetje rekening met de buren houden. Die krijgen het toch al zwaar te verduren met ons als buren. We zijn namelijk -E. uitgezonderd- nogal een luidruchtig stelletje. E. noemde ons altijd de familie Bùlk (Gronings voor schreeuwers) als we de rust op een rustieke camping, waar we bij voorkeur kampeerden, weer eens verstoorden.

Toen we ons onlangs voorstelden aan de buren, bereidde de jongste de buurvrouw alvast een beetje voor. De buurvrouw gaf aan dat we het maar even moesten zeggen als de radio te hard aan zou staan. "Nou", zegt de jongste. "wij praten nogal hard. Gewoon - als we met elkaar praten." Daar had de buurvrouw even niet van terug.

Om dat harde praten enigszins te compenseren wordt de geverfde trap dus met traptreden bekleed. Dat hadden de vorige bewoners ook gedaan, getuige de vieze zwarte lijmpukkels op de witte verf. Ik had ze natuurlijk kunnen laten zitten. Wie ziet er tenslotte iets van onder de nieuwe traptreden? Maar goed, om te voorkomen dat het niet zou hechten, heb ik de oude lijm toch verwijderd. Hoe? Daar vond ik een gouden tip voor op internet: even behandelen met een schuursponsje gedrenkt in cola. En inderdaad: de lijm krulde slap en lusteloos voor de verfkrabber aan. Spierkracht totaal niet nodig. Geweldig zo'n colaatje. Alleen niet teveel van drinken lijkt me.

zaterdag 21 juli 2012

Ongegeneerd koekeloeren

Gisteren wilde ik me behaloos op de bank storten voor een totale breakdown. "Is de krant al bezorgd?", vraag ik. Ik stelde de vraag niet omdat ik even een krantje wilde lezen, maar om te checken of de krantenbezorger al was  geweest.

Als je binnen je eigen woonplaats verhuist, heb je dik kans dat je ook een andere krantenbezorger krijgt. Onze ochtendkrant wordt zo vroeg gebracht dat we nooit een bezorger zien, maar van het bezorgen van de avondkrant zijn we iedere dag getuige. Thuis werd onze krant op de brommer of met de auto bezorgd naar goed Sappemeers gebruik. Het snorren van de brommer en de contouren van een zwartgehelmd meisje waren een vertrouwd beeld. Ze werd gereden, dus snel en discreet werd de krant in de deur gestoken.

Hier brengt een man op leeftijd de krant op de fiets rond. Hij heeft een gezonde buitenkleur, hoogstwaarschijnlijk van het door weer en wind op de fiets kranten bezorgen. Hij rijdt hier de oprit op en draait dan een rondje op de oprit om dan bij het raam langszij te komen. Hij combineert het in de brievenbus steken van de krant met ongegeneerd naar binnen loeren. Hij lacht om de kleine strookjes plakplastic die de vorige bewoners op het raam plakten om inkijk te voorkomen. Op zijn fiets kan hij namelijk gemakkelijk over de strookjes naar binnen kijken. En dat doet hij.

Dus behaloos op de bank rondhangen kan pas nadat de krant is bezorgd. 


donderdag 19 juli 2012

En we noemen hem Törf!

Ooit zette ik onze toen nog prille relatie op het spel door E. een paar hondensloffen te geven. Achteraf bleken het ook nog beren in plaats van honden te zijn. Maar dat mocht de pret (bij mij) niet drukken. Ik heb complete eenakters opgevoerd. Dan zwaaide ik bijvoorbeeld met mijn voeten (met sloffen) op de bank en dan zei ik: "Nee jongens, dat mag niet, dat vindt de baas niet goed - niet op de bank". Meestal zat E. op zo'n moment onverstoorbaar de krant te lezen en zijn uiterste best te doen om mij te negeren. Dat stimuleerde mij natuurlijk alleen maar om er nog een schepje bovenop te doen door bijvoorbeeld mijn voet tegen E. op te werpen onder de begeleidende tekst: "Niet tegen de baas opspringen". Hilarisch vond ik het zelf. E. vond het vooral erg irritant.

Hij is altijd wars geweest van subtiele en minder subtiele hints van mijn kant om ons gezin uit te breiden met een hond. Na de brand zag ik mijn kans schoon: een hondje voor de troost, dat was toch wel het minste. De kinderen en ik zagen het al helemaal voor ons: we zouden 'm Törf gaan noemen indachtig de geschiedenis van mijn voorouders (turfschippers) en de streek waarin we wonen. En hoe zou E. na dag in dag uit te zijn omringd door Ylva, de liefste hond die je je maar kunt voorstellen, niet om kunnen zijn? Maar E. is E. gebleven, dus geen hond. 

Törf onder onze provisorische kapstok
Gisteren liep ik met onze dochters door de kringloopwinkel en daar zie ik 'm. Een massief hondje voor de troost, voor ons het hoogst haalbare. We besluiten het hondje mee te nemen. Hij weegt er flink in. Er zijn massa's levende hondjes die dat gewicht niet halen. Dat vinden ze ook bij de kassa van de kringloop. Als een van de dames de hond uit de mand tilt zegt ze weinig respectvol: "Och het is die hooooond." Voor ons mag dat de pret niet drukken. Wij hebben onze Törf gevonden, net echt.

woensdag 18 juli 2012

UNION Da's pas bietsen

"Jullie zijn natuurlijk niet materialistisch", zegt ze. We treffen elkaar -waar anders- in de super. "Gek dat ik dat zeg, wat kennen we elkaar nou? We zien elkaar zo nu en dan en dan praten we even." Maar ze heeft gelijk: we zijn blijkbaar niet materialistisch. Soms ken je elkaar gewoon. Ik ben namelijk net zo tevreden met een fietskarton aan de muur als ik zou zijn met een kunstwerk van duizenden euro's. Misschien nog wel tevredener.

Want dat hebben we nu: een fietskarton aan de muur. Ongeveer anderhalf week geleden liepen de jongste en ik langs Halfords. Daar hadden ze die dag een nieuwe lading fietsen binnen gekregen. En die waren allemaal uitgepakt. Aan het eind van de dag passeren wij en stapelt het karton zich op voor het pand. Aan de buitenkant staat een fietskarton van Union, gemaakt in China en verscheept naar Rotterdam. De jongste en ik zien 'm staan. Leuk, vinden we allebei, net iets voor onze nog zeer witte muren. "Ik ga even vragen of we 'm mee mogen nemen", zegt de jongste. De mannen van Halfords staan zo aan het eind van de werkdag even met elkaar na te praten. Het verzoek van de jongste veroorzaakt enige hilariteit. "We mogen 'm meenemen hoor", zegt ze opgetogen als ze terugkomt. We tillen het karton op en proberen het in de auto te manoeuvreren zonder het te kreuken. Het lukt niet, ook al ligt de achterbank plat. De mannen zien ons worstelen. "Het lukt niet, laat maar", zeg ik. We zetten het karton net terug als een van de mannen van Halfords ons te hulp schiet. "Er zijn meer wegen die naar Rome leiden", zegt hij met een breekmesje in de rechterhand. Met een snelle beweging snijdt hij het fietskarton los om 'm daarna vlot dubbel te vouwen... Hadden we net al die moeite gedaan om 'm ongevouwen in de auto te krijgen. Maar goed, met het fietskarton in de auto komen we over.

En nou hangt het hier dus aan de muur. Het ziet er te gek uit vind ik. UNION Da's pas fietsen staat er op. Alleen lijkt de f wel heel erg op een b, waardoor je ook kunt lezen: UNION Da's pas bietsen. En dat is precies de charme ervan. Nou nog even iets verzinnen waardoor het ook blijft hangen. Eerst heeft E. geprobeerd om het met speciale pennen dwars door het karton vast te zetten aan de muur. Maar helaas zijn de muren keihard. Nu hangt het vast met dubbelzijdig plakband, maar eens in de twee dagen valt het naar beneden. Dus er zal toch wel een klopboor aan te pas moeten komen om het echt goed vast te zetten.

vrijdag 13 juli 2012

Pijn lijden voor een smoothie

Ik kom steeds meer toe aan de flauwekul waar ik zo dol op ben: het lezen en doornemen van folders en gratis drukwerk. Zo nam ik woensdag het Etos-blaadje Mooi mee. En daar leerde ik weer het een en ander over lichaamsbeharing en lichaamsontharing, een onderwerp dat me mateloos boeit - ook al heb ik zelf geen weelderige lichaamsbeharing. Na het lezen van het Etos-blad ben ik daar blij om, heel blij.

Schaamhaar was in de jaren zestig, toen ik geboren werd, niets om je voor te schamen. Iedereen droeg het in een mooie volle driehoek. Tegenwoordig wordt het in een streepje of in een hartje gedragen, of het is helemaal verdwenen. En dat is dan een smoothie... Voor zo'n smoothie moet flink pijn worden geleden en het is nog onderhoudsgevoelig ook. Zo moet je je schaamhuid maar liefst drie keer in de week scrubben om het ingroeien van haren te voorkomen. Ook wordt aangeraden om 30 minuten voor de waxbeurt een paracetamolletje in te nemen. Dit in verband met de pijn...

In Azië hebben mensen van nature weinig schaamhaar, maar daar vinden ze veel schaamhaar juist mooi. Daar zijn schaampruikjes, stukjes kunstschaamhaar om op te plakken, heel populair. Het staat er niet bij, maar ik vermoed dat daar wordt aangeraden om een half uur voor het verwijderen van het schaampruikje een paracetamolletje te slikken.

Nou waren wij mensen in den beginne over de hele linie zwaar behaard. Veel van dat haar verdween, maar in de schaamstreek, onder de oksels en op het hoofd bleef het zitten. Dat is dus vast niet voor niks. In het artikel wordt ook het antwoord gegeven op de vraag Waarom zit dat haar er eigenlijk?  Dat haar zit er namelijk, omdat het een rol speelt bij de seksuele aantrekking. Al dat haar kan de geur van je geslachtsdeel namelijk goed vasthouden, want daar reageren we onbewust op bij onze partnerkeuze. 

Jammer genoeg krijgen we geen antwoord op de vraag: Wat voor gevolgen heeft het dan als je al dat haar verwijdert? 

donderdag 12 juli 2012

Het stompje schoonhouden

Gisteravond lag ik me hier op de bank te goed te doen aan dropfruitduo's van de Jumbo. Ik was de afgelopen weken afgevallen en dat kunnen we natuurlijk niet hebben. Onderuitgezakt geef ik eerst een knauw op het fruitdeel en vervolgens op het dropdeel. Tot ik ineens een licht zuigend geluid hoor. In het zachte deel van mijn dropfruitduo hangt mijn kroon. Ik laat de dropfruitduo over mijn tong buitelen en werk 'm soepel naar buiten. Daar verschijnt het fruitdeel met kroon. Het ziet er keurig uit. In mijn mond staat een keurig stompje. "Ik zou 'm zo zelf terugplakken als ik maar wist welke lijm ze gebruiken.", zeg ik tegen E. Die denkt dat het toch beter is om even naar de tandarts te gaan.

Dus vanmorgen op het werk bel ik met de tandarts. "Hij is er keurig uitgekomen", zeg ik met misplaatste trots tegen de tandartsassistente. Boezemvriendin luistert mee. "Ik heb ooit zo'n Amerikaans make over programma gezien en daar was een vrouw die iedere morgen gaten opvulde door er neptanden in te plakken", vertel ik haar na mijn telefoongesprek. Het heeft diepe indruk op me gemaakt.

Zelf kreeg ik rond mijn twintigste kronen op mijn achterste kiezen. In mijn puberteit kreeg ik -ondanks mijn voorbeeldige poetsgedrag- heel veel gaatjes. Als ik niet zo goed had gepoetst, dan was ik echt een gevalletje van een kunstgebit op mijn zestiende geweest, aldus mijn fijngevoelige tandarts destijds. Maar zover is het niet gekomen. Dertig jaar geleden hadden ze een soort dentaal kneuzenprogramma, waarbij je met een goede regeling kronen kon laten plaatsen. Daarmee zou mijn gebit in ieder geval behouden kunnen blijven. Mijn ouders wilden het voor me betalen en zo werd ik met goud beslagen. Het was namelijk nog voor de  tijd van de porseleinen kroon.

"Hoe lang zit de kroon erin?", vraagt de assistente. "Zo'n dertig jaar", vertel ik. "Nou dat is wel heel lang.", zegt ze. "Tegenwoordig zeggen we vijftien jaar. Oudere kronen zitten langer, zo'n twintig, vijfentwintig jaar misschien, maar dit is wel heel lang." Ik overhandig het zipzakje met mijn gouden kroon aan de assistente. Zij ziet ook dat het een geheel gaaf exemplaar is. "Dat is inderdaad gewoon een kwestie van plakken", zegt ze. Maar uiteindelijk gaat de tandarts daar natuurlijk over.

Mijn eigen tandarts heeft vandaag zijn vrije dag, dus ik moet me behelpen met de eerste reserve. Ik mag plaatsnemen in de stoel, hij werpt een klinische blik op het stompje, bekijkt de kroon en dat is het dan. "Als die kroon dertig jaar heeft gezeten wil ik 'm eerst op het lab goed schoon laten maken. Dan plakken we 'm er volgende week wel in. U hebt geen pijn?" Ik heb geen centje pijn - er is net zelfs nog een winterwortel over het stompje getrokken, maar dat vertel ik maar niet. "U moet het stompje gewoon goed schoonhouden met een elektrische tandenborstel en dan kan dat prima." Hij spreekt deze licht ranzige tekst zonder gêne uit en dan vertrekt hij. Maar goed, ik weet wat me te doen staat: het stompje schoonhouden. 


maandag 9 juli 2012

Een heerlijke combinatie

De vrijdagochtend voor de brand brachten we onze Oostenrijkse gast weg. Als je een hele week een gast in huis hebt, leer je ook veel over jezelf. En als die gast een buitenlander is, realiseer je je hoe Nederlands je bent. Anders sta je daar eigenlijk niet bij stil. Want wat is dat eigenlijk: Nederlander zijn? Waardoor onderscheid je je van buitenlanders? Van de buitenlandse gasten die we ontvingen leerde ik het een en ander over Nederlanders: we zijn relaxed en lang niet zo beleefd als zij.

Bij onze Oostenrijkse gaste was ik me vooral scherp bewust van het verschil in beleefdheid. Tuurlijk zeggen wij ook netjes 'dank je wel' en dergelijke. (We zijn nu zelfs tegen onze zin in een situatie geraakt waarin we bovengemiddeld vaak dank je wel zeggen). Maar dat zeggen we dan een of twee keer en daar laten we het bij; we schudden er geen handen bij, we herhalen het niet steeds: een bedankje en dan is het wel klaar. Wij zijn ruim vijf weken met ons hele gezin bij mijn zus in huis geweest, maar die hebben we met z'n allen niet zo vaak bedankt als onze Oostenrijkse gaste ons bedankte. Dat deed ze namelijk voortdurend.

Na twee dagen dankbaarheid zeg ik tegen E.: "Ik kan niet tegen beleefdheid. Dat belet je om eerlijk te zijn." En daardoor weet je dus niet wat je aan iemand hebt. Nou moet eerlijkheid natuurlijk ook niet overschat worden: niemand is ooit helemaal eerlijk en dat is maar goed ook. Dat wil je toch helemaal niet weten. Maar blijkbaar is er een glijdende schaal, waarbij het voor mij snel de verkeerde kant op glijdt.

Op het werk ventileer ik mijn nieuw verworven inzichten ook met drie collega's met wie ik een gesprek heb. We zitten met twee Groningers (mijzelf meegerekend)  een Fries en een Utrechtenaar rond de tafel. "Jij bent zeker een Groninger?", zegt de Utrechtenaar. Ik bevestig het. "Die zijn te eerlijk om vriendelijk te zijn.", zegt hij. Weet ik ook weer waar ik aan toe ben: relaxed en eerlijk, niet beleefd en ook niet vriendelijk. Wat een heerlijke combinatie. Ik voel me er super bij.

zaterdag 7 juli 2012

Een huis dichtbij thuis

Het zijn hectische weken geweest. Vandaag is het precies zes weken geleden dat ons huis is afgebrand. Vijfeneenhalve week hebben we doorgebracht in de 'commune'  met het gezin van mijn zus. Hoe gek het ook klinkt: het waren onvergetelijke weken. Wij hadden de tijd om -ondanks alle hectiek- in alle rust te herstellen. Het communeleven was een warm bad zonder turbulenties. Dat was precies wat we nodig hadden. Maar zo kon het niet blijven doorgaan: natuurlijk wil je ook weer op eigen benen staan.

Vorige week vrijdag kregen we de sleutel van het huurhuis waar we nu wonen. Het weekend werd klussend doorgebracht. Met hulp van familie en vrienden werd het huis in een razend tempo gewit. De zondag was voor het ophangen van gordijnen en luxaflex. Op maandag waren we klaar voor de vloerbedekking. Zodra dat er lag konden alle meubels die we in de voorgaande weken hebben aangeschaft of bij elkaar hebben gescharreld, worden geplaatst. Dinsdag kwamen belangrijke apparaten zoals de wasmachine. Ook werd de felbegeerde afwasmachine via mijn schoonouders gevonden. Donderdag werd de droger nageleverd. Zo zijn alle grote dingen in huis zo'n beetje aangeschaft. We zijn dikke vrienden met Ikea geworden. Ik kreeg altijd al berichten met Hej Jannie - en dan iets in de trant van: weet je welke leuke aanbiedingen we nu weer hebben? Maar ik verwacht dat de begroeting nu nog hartelijker zal worden, zoiets als Hej Jannie dikke väninna. En dan natuurlijk flinke kortingen voor mij met gratis Zweedse balletjes in het restaurant.

Het shoppen van gebruiksvoorwerpen gaat nog steeds door; steeds duiken er grotere en kleine dingen op die wel handig zijn, maar die er niet meer zijn. Ook dringt het -nu we hier zitten- steeds meer door dat we echt niets meer hebben. De grote dingen zijn er inmiddels in grote lijnen. Het gaat meer om de kleine dingen. Koffie zetten? Het apparaat is er natuurlijk en ook de koffie is aangeschaft, maar geen bus om koffie in te doen en geen maatschepje. Het zijn kleine dingen waar je ook wel zonder kunt, maar die je even doen beseffen hoe de vork in de steel zit. Ook aan andere dingen merk je dat er niets meer vertrouwd is. Dingen waar je nooit bij stilstaat, vallen je nu ineens op. Zo hebben de nieuwe messen een andere vorm dan de messen die we hadden en dat smeert heel anders. En verder natuurlijk de zaken die iedereen heeft als je net in een nieuw huis woont: waar zat dat lichtknopje ook alweer? Als je jarenlang in een huis woont zijn alle routes je zo vertrouwd dat je daar nooit meer bij nadenkt. Dat is nu even helemaal weg. Maar ik verwacht dat dat snel zal wennen.

Ook de buurt waarin we nu wonen is volstrekt anders dan onze gewone omgeving. Het is prima te doen, het is een goed huis en we wonen hier in een fijne buurt met veel ruimte, maar het is niet thuis. Van mijn attente en begripvolle collega's kregen we dinsdagmiddag een bos bloemen met daarbij een kaartje met daarop de rake tekst: Veel plezier in jullie huis dichtbij thuis.